Primo Levi (1917-1989) werd in Turijn geboren. Hij was chemicus en jood. Doordat het lot hem in de hel van Auschwitz bracht en hij getuige was van de vele vormen die het kwade kan aannemen, wijdde hij zijn hele leven aan de studie van het kwaad.
Hij creëerde hiervoor een nieuw genre, een cross-over tussen verhaal en essay, tussen fictie en autobiografie. In zijn romans, essays, kortverhalen en poëzie exploreerde hij in zijn klare, lenige stijl de grijze zones van het kwaad; de onmogelijkheid om mens te blijven in mensonterende omstandigheden.
In zijn kalme, sobere stijl van getuige hoopte hij door zijn schrijverschap weerwerk te bieden tegen de retoriek en de goedkope pathos van de wraak.
Primo Levi was lid van de anti-fascistische verzetsgroep Giustizia e libertà en werd in 1943 opgepakt en daarna uitgeleverd aan de Duitsers, die hem naar Auschwitz stuurden omdat hij jood was en zich verzette tegen het fascisme. Hij was een van de vijf overlevenden van een groep van zeshonderdvijftig Italiaanse joden.