
Anna Achmatova
De Russische dichteres Anna Achmatova (°Odessa, 1889-1966) schreef in haar poëzie vooral over de liefde en het dichterschap. Er zit veel melancholie en teleurstelling in haar verzen, bijvoorbeeld over de kwalijke gevolgen van de Russische Revolutie van 1917 en de stalinistische terreur. Van 1910 tot 1918 was Achmatova gehuwd met de Russische dichter Nikolaj Goemiljov die in 1921 door de communisten werd vermoord. Met haar echtgenoot en de dichter Osip Mandelstam richtte ze in 1911 de literaire groep Acmeïsten op, die zich vooral verzette tegen de symbolisten.
Tussen 1922 en 1940 publiceerde Achmatova geen poëzie meer, maar bestudeerde ze intensief het werk van de bekende Russische dichter Poesjkin. Na de Tweede Wereldoorlog werd Achmatova fel tegengewerkt door de officiële communistische criticasters. Zo werd ze uit de Unie van Schrijvers gezet. Haar inkomsten haalde ze uit vertaalwerk. Pas in 1956 mocht Achmatova opnieuw publiceren en aan het einde van haar leven kreeg ze zelfs de toelating naar het Westen te reizen.
In de tweede helft van de jaren dertig schreef Achmatova Requiem, een cyclus van 12 gedichten over haar zoon Lev die in een concentratiekamp (goelag) zat. De gedichten hekelden de Stalinistische terreur. Requiem kon pas integraal worden gepubliceerd in 1961.
Achmatova is ondertussen een van de bekendste en meest vertaalde Russische dichteressen.